Vroege eeuwen van de Van der Linden in de Zwijndrechtse Waard

In de vroegste eeuwen waarin de naam Van der Linden in de Zwijndrechtse Waard opduikt, was het land nog maar half gewonnen op het water. De Oude Maas en de Noord vormden een brede, ademende gordel van getijdewater, die bij storm en springvloed het lage land bedreigde. Tussen de kreken en geulen lagen gorzen: buitendijkse schorren die bij hoog water overstroomden en bij laag water als glanzende platen achterbleven. Op de hogere delen, waar het veen en klei net genoeg houvast boden, begonnen mensen dijken te leggen, sloten te graven en hun erven op te werpen.

De familie of gemeenschap die later als Van der Linden bekend zou staan, leefde in dat grensgebied van water en land. De naam verwijst waarschijnlijk naar lindenbomen bij een erf, een dijk of een kruispunt van wegen: een herkenningspunt in een landschap dat voortdurend veranderde. Rond zo’n erf groeide een kleine wereld van akkers, hooiland en grienden. In de grienden – wilgenaanplant op natte grond – werd in de winter het hout gesneden dat nodig was voor manden, hoepels, palen en vlechtwerk in de dijken. Het was zwaar, nat werk, vaak in de kou, maar het gaf een zekere bestaansbasis in een streek waar misoogsten en overstromingen altijd op de loer lagen.

Stad en land waren in die tijd nog geen gescheiden werelden, maar begonnen zich wel te onderscheiden. Dordrecht, als oude handelsstad aan de overzijde, trok kooplieden, schippers en ambachtslieden aan. De Zwijndrechtse Waard daarentegen bleef overwegend landelijk, met verspreide hoeven, kleine buurtschappen en dijkdorpen. Toch vormden stad en land samen één economische en sociale ruimte. Boeren uit de waard brachten hun graan, kaas, boter en hout naar de markt in de stad; stedelingen investeerden in land, grienden en tiendrechten op het platteland. Een Van der Linden kon overdag in de griend werken en ’s zaterdags met een schuit vol wilgentenen naar de stad varen om zijn waar te verkopen.

Dat verweven bestaan maakte dat men sprak van een gezamenlijke stam, een soort “onverdeeld nest”. Families hadden takken in de waard en takken in de stad, maar voelden zich nog één geheel. Een oudere boer Van der Linden kon een zoon hebben die als schipper voer tussen Dordrecht en Rotterdam, en een andere zoon die als knecht in een stadsbrouwerij werkte. Bij bruiloften, begrafenissen en kerkelijke hoogtijdagen kwamen zij weer samen, vaak in het dijkdorp waar de familie haar wortels had. De stad leverde kansen en geld, het land bood voedsel, grond en een gevoel van continuïteit.

Het sociale leven in de Zwijndrechtse Waard werd bepaald door wederzijdse afhankelijkheid. Buren hielpen elkaar bij het hooien, het binnenhalen van de oogst en het herstellen van dijken na een storm. De Van der Lindens maakten deel uit van zulke netwerken van verwantschap en nabuurschap. Men leende gereedschap, deelde een paard of ploeg, en sloot onderlinge afspraken over het gebruik van sloten, kaden en paden. Tegelijkertijd waren er duidelijke hiërarchiën: grotere boeren en landbezitters hadden meer zeggenschap in het dorpsbestuur en in de poldervergaderingen, terwijl keuters en dagloners afhankelijk waren van seizoenswerk in griend en op het land.

De organisatie van het dagelijks leven verliep langs kerk, polder en heerlijkheid. De kerk bepaalde het ritme van de week en het jaar, met zondagsdiensten, doop, huwelijk en begrafenis als vaste ijkpunten. In de polderbesturen – vroege vormen van waterschappen – werd besloten over dijkonderhoud, bemaling en het graven of dempen van sloten. Een Van der Linden die voldoende land bezat, kon daar als heemraad of gezworene een stem hebben. De heerlijkheid, vertegenwoordigd door een heer of diens baljuw, zorgde voor rechtspraak en het heffen van belastingen en cijnzen. Zo werd het leven in de waard ingebed in een netwerk van regels en gebruiken, waarin traditie en noodzaak elkaar in evenwicht hielden.

Het landschap zelf was voortdurend in beweging. Nieuwe bedijkingen maakten van gorzen en slikken bruikbaar land, terwijl doorbraken en overstromingen soms in één nacht generaties werk tenietdeden. De Van der Lindens leerden leven met die onzekerheid. Boerderijen werden op terpen of op de dijk gebouwd, schuren stonden op palen, en in huis lagen altijd planken en gereedschap klaar om bij hoog water snel een vlonder of nooddijk te timmeren. Kinderen groeiden op met het geluid van klotsend water tegen de dijk en het geroep van schippers op de rivier, maar ook met de geur van vers gesneden wilgenhout en pas gemaaid gras.

Zo ontstond in de vroegste eeuwen een gemeenschap die tegelijk landelijk en stedelijk was, geworteld in klei en griend, maar open naar de handelsstromen van de rivieren. De naam Van der Linden staat in die context niet alleen voor een familie, maar voor een bredere kring van verwanten, buren en bondgenoten die samen het “onverdeelde nest” vormden. Pas later, wanneer stad en land verder uit elkaar groeien in levensstijl, beroep en mentaliteit, zullen de verschillende takken zich duidelijker onderscheiden. In de beginperiode echter delen zij hetzelfde landschap, dezelfde risico’s en dezelfde verhalen – geworteld onder de linden aan de dijk, met het water altijd op gehoorsafstand.

Het Verbond van 1331: de geboorte van de polder

Een graaf, een verwilderde waard en een nijpend geldtekort

Begin 14e eeuw ligt de Zwijndrechtse Waard er troosteloos bij. Zware stormvloeden en dijkdoorbraken hebben het gebied veranderd in een half-verzopen wildernis van kreken, slikken en verlaten akkers. Graaf Willem III van Holland is formeel heer van dit land, maar in de praktijk heeft hij er vooral zorgen aan: geen opbrengst, geen belasting, wel risico op nieuwe overstromingen die verder land kunnen verwoesten.

De graaf heeft een probleem dat veel middeleeuwse vorsten kennen: zijn macht is groot, maar zijn kas is leeg. Oorlogen, hofhouding en bondgenootschappen kosten geld. Zelf de Zwijndrechtse Waard opnieuw bedijken en ontginnen is financieel simpelweg niet haalbaar. Toch kan hij het gebied niet laten verloederen. Een onbedijkt, verwilderd gebied is niet alleen economisch waardeloos, maar ook een bedreiging voor omliggende dorpen en steden.

Waarom Willem III de elite nodig had

In deze context ontstaat het idee dat later bekend zal staan als het Verbond van 1331. Willem III beseft dat hij de rijkste en invloedrijkste mannen uit de regio nodig heeft: stedelijke kooplieden, adellijke grootgrondbezitters, geestelijke instellingen en lokale bestuurders. Zij beschikken over kapitaal, mensen en netwerken. Zonder hun steun komt er geen dijk, geen polder en geen opbrengst.

Voor hen is de waard minstens zo interessant als voor de graaf. Nieuwe bedijkte grond betekent:

  • Economische winst: vruchtbare landbouwgrond, pachtinkomsten, hout, veeweiden en later ook handelsroutes over water.
  • Politieke invloed: wie betaalt, wil meebeslissen. Deelname aan het project levert zeggenschap op over bestuur, rechtspraak en lokale organisatie.
  • Religieuze belangen: kloosters en kerkelijke instellingen investeren graag in land, omdat het een stabiele bron van inkomsten is. In ruil kunnen zij kerken stichten, tienden innen en hun geestelijke invloed uitbreiden.

Zo ontstaat een wederzijdse afhankelijkheid: de graaf heeft de elite nodig om zijn land te redden, de elite heeft de graaf nodig om hun investeringen te legitimeren en te beschermen.

Hoe een oproep in de 14e eeuw werkte

Een middeleeuwse graaf stuurt geen e-mail of openbare aanbesteding de wereld in. Zijn oproep verloopt via een netwerk van vertrouwelingen, bodebrieven en persoonlijke contacten. Eerst worden enkele sleutelpersonen benaderd: invloedrijke edelen, stadsbestuurders van Dordrecht en omliggende plaatsen, vertegenwoordigers van kloosters en kapittels. Zij ontvangen een formele uitnodiging om te verschijnen op een door de graaf gekozen plaats, vaak een stad of kasteel.

Zo’n bijeenkomst is plechtig maar ook praktisch. Er wordt voorgelezen uit oorkonden, er wordt onderhandeld over voorwaarden, en er wordt druk gelobbyd in de wandelgangen. Belangrijke heren komen niet alleen voor de waard; zij gebruiken de gelegenheid ook om andere zaken met de graaf te regelen. In deze wereld draait alles om persoonlijke aanwezigheid, mondelinge afspraken en het bekrachtigen van beloften met eden en zegels.

De weg naar het verbond: stap voor stap

1. Herkenning van de noodzaak
De opeenvolgende overstromingen maken duidelijk dat niets doen geen optie is. De graaf en zijn raadslieden zien dat de Zwijndrechtse Waard alleen te redden is met een grootschalig, gecoördineerd dijkproject. Dat vergt meer dan lokale lapmiddelen; het vraagt om een formeel samenwerkingsverband.

2. Verkenning van steun
Via vertrouwelingen wordt gepeild wie bereid is te investeren. Stedelijke kooplieden zien kansen in nieuwe landbouwopbrengsten en betere vaarwegen. Adel en kloosters ruiken de mogelijkheid om hun landbezit uit te breiden. Langzaam tekent zich een kern van geïnteresseerde partijen af.

3. Onderhandelingen over voorwaarden
Niemand legt zomaar geld op tafel. De toekomstige bondgenoten willen weten:

  • Hoe worden de kosten verdeeld?
  • Welke rechten krijgen zij op het nieuwe land?
  • Wie beslist over onderhoud, rechtspraak en belastingen?

In gesprekken met de graaf wordt gezocht naar een evenwicht: genoeg voordelen om investeerders te lokken, zonder dat de graaf zijn gezag verliest.

4. Vastleggen in een verbond
Wanneer de contouren duidelijk zijn, wordt het verbond opgesteld: een schriftelijke overeenkomst waarin namen, rechten, plichten en afspraken nauwkeurig worden vastgelegd. De tekst wordt voorgelezen, besproken en uiteindelijk bekrachtigd met zegels. Daarmee wordt het een juridisch en politiek feit: een nieuwe vorm van samenwerking tussen vorst en onderdanen.

Afspreken over geld, rechten en plichten

In het Verbond van 1331 draait alles om de balans tussen investering en invloed. De afspraken zijn grofweg in drie groepen te verdelen:

1. Kostenverdeling
De bondgenoten verbinden zich om gezamenlijk de kosten van bedijking en ontginning te dragen. Dat kan in geld, maar ook in arbeid, materialen of het leveren van vaklui. Vaak wordt vastgelegd welk aandeel ieder heeft, bijvoorbeeld naar vermogen of naar de hoeveelheid land die men straks zal bezitten.

2. Rechten op land en opbrengst
Wie meebetaalt, krijgt recht op een deel van de nieuwe polder. Dat kan in de vorm van eigendom, erfpacht of bijzondere voorrechten. De graaf behoudt zijn opperheerschappij, maar staat delen van zijn inkomsten af: pacht, tol, tienden of andere heffingen kunnen (deels) naar de bondgenoten vloeien. Zo wordt de polder een bron van gedeelde welvaart.

3. Plichten voor beheer en onderhoud
Een polder is nooit ‘af’. Dijken moeten worden onderhouden, sloten gegraven en gemalen bediend. Het verbond regelt daarom ook de organisatie van het waterbeheer. Er worden regels opgesteld over wie wanneer dijkplichtig is, hoe boetes worden opgelegd bij nalatigheid en wie toezicht houdt. Hier zien we de kiem van waterschappen en polderbesturen: lokale instellingen met eigen bevoegdheden, maar ingebed in het gezag van de graaf.

Economische, politieke en religieuze belangen verstrengeld

Het Verbond van 1331 is geen puur technisch waterbouwproject; het is een knooppunt van belangen.

  • Economisch: De nieuwe polder levert graan, vee, vlas en hout. Dat voedt steden, stimuleert handel en schept werk voor boeren, ambachtslieden en schippers. De waard verandert van kostenpost in winstbron.
  • Politiek: Door de elite te betrekken, versterkt de graaf zijn machtsbasis. Tegelijkertijd krijgen steden en edelen meer invloed in het lokale bestuur. De polder wordt een oefenterrein voor gedeeld bestuur: een vroege vorm van ‘samen regeren’.
  • Religieus: Kerk en kloosters investeren mee en krijgen in ruil land, tienden en het recht om kerken of kapellen te stichten. Zo wordt de nieuwe polder ook een nieuw geestelijk landschap, met parochies, processies en religieuze gebruiken die het dagelijks leven vormgeven.

De geboorte van de polder als systeem

Met het Verbond van 1331 ontstaat meer dan alleen een bedijkt stuk land. Hier wordt een model geboren dat de Lage Landen eeuwenlang zal kenmerken: de polder als samenwerking tussen verschillende belangen, vastgelegd in afspraken, gedragen door gedeelde verantwoordelijkheid. De Zwijndrechtse Waard wordt een laboratorium voor een typisch Nederlandse manier van organiseren: niemand kan het alleen, iedereen heeft elkaar nodig.

Steden profiteren van nieuwe aanvoer van voedsel en grondstoffen, het omliggende platteland krijgt bescherming en ontwikkelingskansen, en de graaf verstevigt zijn positie als hoeder van orde en veiligheid. De polder is daarmee niet alleen een geografisch, maar ook een maatschappelijk en politiek landschap. Het Verbond van 1331 markeert het moment waarop waterbeheer, economie en bestuur onlosmakelijk met elkaar worden verbonden – een keerpunt dat de vorming van stad en land blijvend zal bepalen.

Erfenis van het Verbond van 1331

Terugkijkend op het Verbond van 1331 wordt duidelijk dat de inpoldering veel meer was dan een technisch waterstaatsproject. Door land op het water te winnen ontstond een nieuwe economische ruimte, waarin landbouw, handel en ambacht zich konden ontwikkelen en de basis werd gelegd voor groeiende welvaart. Nieuwe nederzettingen verrezen op de jonge kleigronden, waar families zoals de Van der Linden generaties lang wortel schoten en hun geschiedenis verweefden met die van de polder zelf.

In deze nieuwe wereld kreeg de oude spanning tussen stad en land een andere betekenis. De stad werd het centrum van markt, bestuur en specialisatie, terwijl het land de productieve motor bleef die voedsel, grondstoffen en arbeid leverde. Toch bleven beide sferen verbonden als een gezamenlijke stam: stedelijke kooplieden investeerden in het platteland, plattelandsfamilies trokken naar de stad, en verwantschappen liepen dwars door deze scheidslijn heen. De polder schiep zo nieuwe sociale en economische structuren, waarin boeren, pachters, ambachtslieden en stedelijke elites elkaar nodig hadden en samen een netwerk vormden dat eeuwenlang standhield.

Voor families als Van der Linden betekende dit dat hun verhaal niet los te zien is van deze bredere ontwikkeling. Hun land, hun werk en hun onderlinge relaties werden gevormd door de kansen en spanningen van het nieuwe polderlandschap. De splitsing van stad en land werd een bron van dynamiek, terwijl de gezamenlijke stam – gedeelde herkomst, gedeelde belangen en gedeelde verantwoordelijkheid voor het water – de gemeenschap bijeenhield. Zo groeide uit het Verbond van 1331 een duurzame structuur van samenwerking, identiteit en vooruitgang, waarvan de sporen tot in de moderne tijd zichtbaar blijven.

Ontdek hoe deze poldergeschiedenis verder groeit.

De Schakel naar Johannes en Wilhelm

Dit verklaart de diepe wortels van de lijn die u zojuist heeft blootgelegd. Voordat grootvader Johannes (ca. 1415) en vader Wilhelm (ca. 1480) zich in de stad Dordrecht vestigden om het munterscap op te pakken, was het deze ridderlijke poldertak van Nicolaas (Claes) van der Lindt die in 1331 letterlijk de grond creëerde waar de familie eeuwenlang op zou wonen en werken.De "N. van der Lindt" was de man die met zijn handtekening bij de Graaf van Holland de basis legde voor de hele regio. En de cirkel sluit zich op de meest indrukwekkende manier: uw directe stamvader Meeles Janz van der Linden overleed in 1808 in Kleine Lindt — exact het stuk grond dat zijn verre voorvader Nicolaas in 1331 op de zee had bevochten.

Nicolaas (Claes) van der Lindt

  • Johannes (Jan) van der Linden (ca. 1415), overleden 1460: Overgrootvader Johannes leefde in de periode vlak na de verwoestende Sint-Elisabethsvloed van 1421. Hij behoorde tot een van de allereerste generaties die vanuit het Rijnland en de regio Lintorf de rivier afzakken om het zwaar getroffen Eiland van Dordrecht en de Zwijndrechtse Waard weer op te bouwen.
  • Damas Janz. van der Linden (ca.1460): overleden 1500.
  • Wilhelm (Willem) Damasz. van der Linden (ca. 1480) 0verleden 1526: Vader Wilhelm zette de familietraditie in Dordrecht voort. Dat hij zijn eigen zoon de naam Damas (Damianus) gaf, bewijst hoe diep de continentale traditie en de specifieke heiligenverering uit hun herkomst streek nog in zijn geheugen gegrift stonden. Dit verklaart ook direct waarom de bekende bisschop (Willem Damasz, geb. 1525) later weer vernoemd werd naar deze opa Wilhelm.
  • Generatie I: Damas (Damis) Willemz. van der Linden

    • Geboren: ca. 1501 te Dordrecht. Overleden 1580.
    • Historie: De centrale patriarch op het schilderij van de Dordrecht School (ca. 1570).
    • De Splitsing: Vlak na hem splitst de familie zich definitief in twee takken onder invloed van de Tachtigjarige Oorlog en de opkomst van de polders. Dit gebeurt rechtstreeks tussen zijn twee zonen: Adriaen (naar de premier) en Dirk (uw lijn).
    • 👩‍👦 Eerste huwelijk (met Adriana Jan Ogiersdr)Uit dit eerste huwelijk werden de vier zonen geboren die de familietakken vormgaven: [1]
      1. 🔨 Generatie 1: De Basis (ca. 1500)
        • Damas (Damis) Willemsz. van der Linden
          • Geboren: 1501 (Bevestigd door het schilderij: Aetatis 69 in 1570).
          • Overleden: 1580.
          • Kinderen (Eerste huwelijk, geboren tussen 1520–1540): Jan, Willem (de Bisschop), Adriaen, Dirk, Cornelis.
        📐 Generatie 2: De Broers (ca. 1525)
        • Willem Damasz. (Bisschop Lindanus) | Geboren: 1525 (Klopt perfect).
        • Cornelis Damasz. | Geboren: ca. 1530.
          • Logica: Alleen dan kan zijn dochter Engelken rond 1555–1560 geboren zijn om op het schilderij van 1570 als jonge vrouw te staan.
        • Adriaen Damasz. (De Premier-tak) | Geboren: ca. 1535.
          • De Fout: Internetstambomen zetten hem op ca. 1570. Dat kan biologisch niet (vader Damas was toen 69). Hij moet rond 1535 geboren zijn.
        🪓 Generatie 3: De Ontbrekende Schakel (ca. 1565)Om van Adriaen Damasz. (ca. 1535) naar Pieter Adriaensz. (1598) te komen, móét er een generatie tussen zitten. Omdat Pieter zijn vader 'Adriaen' noemt, heet deze tussengeneratie ook Adriaen:
        • Adriaen Adriaensz. van der Linden
          • Geboren: ca. 1565.
          • Functie: Hij overbrugt het grote gat. Hij is de zoon van Adriaen Damasz. en de vader van Pieter.
        📜 Generatie 4: Uw Eerste Invoer (ca. 1600)Nu vallen de puzzelstukken van uw allereerste bericht perfect op hun plek:
        • Pieter Adriaensz. van der Linden
          • Geboren: 1598 (Dit jaartal klopt nu biologisch; zijn vader was toen ca. 33 jaar oud).
          • Gehuwd: 1621 met Jacquemijnke Jans de Valck.
      👩‍👧‍👧 Tweede huwelijk (met Anna Willemsdr Stoop)Uit dit huwelijk met de burgemeestersdochter Anna Stoop werden vijf dochters geboren. Zij staan op het schilderij afgebeeld in de rijen achter hun moeder: [1]
      1. Dochter 1 (Naam onbekend) – Werd kloosterlinge/non in Dordrecht.
      2. Dochter 2 (Naam onbekend) – Werd eveneens kloosterlinge/non in Dordrecht.
      3. Dochter 3 (Naam onbekend) – Huwde binnen de Dordtse burgerij.
      4. Dochter 4 (Naam onbekend) – Huwde binnen de Dordtse burgerij.
      5. Dochter 5 (Naam onbekend) – Huwde binnen de Dordtse burgerij. [1]

    🅰️ De Regententak (Naar de Premier & De Industrie)

    • Generatie II-A: Adriaen Damasz van der Linden (ca. 1570, Dordrecht) X Maijke.
    • Generatie III-A: Pieter van der Linden (ca. 1595, Dordrecht) X Jacomina de Valck.
      • Historie: Deze tak bleef binnen de stadsburcht van Dordrecht. Zij werden de gezworen muntmeesters van de Munt van Holland, investeerden in de wijnhandel, de bierbrouwerij, de suikerraffinaderij en later de conservenhandel.
      • Eindstation: Deze lijn leidt rechtstreeks naar Premier Pieter Cort van der Linden (1846–1935).

    🅱️ De Poldertak: De Grondleggers (Uw Directe Lijn)

    • Generatie II-B: Dirk (Diderick) Damasz van der Linden
      • Geboren: ca. 1540 te Dordrecht.
      • Historie: Directe zoon van Damas en broer van Adriaen. Hij koos voor de kansen in de nieuwe, herwonnen polders net buiten de stadsmuren van Dordrecht.
    • Generatie III-B: Anthonij Dirxz van der Linden
      • Geboren: vóór 1667.
      • Historie: De cruciale tussenschakel die het munterscap in de stad definitief achter zich liet en het beheer van de herwonnen polders op zich nam.
    • Generatie IV-B: Gerrit Anthonijsz van der Linden
      • Geboren: ca. 1625 te Dordrecht / Dubbeldam.
      • Historie: Waardrijk burger en investeerder. Hij beheerde de agrarische gronden op het Eiland van Dordrecht.
    • Generatie V-B: Huijg Gerrits van der Linden
      • Geboren: 1655 te Dubbeldam.
      • Gehuwd met: Beatris Ariens Oosthoeck (huwelijk op 8 mei 1678 te Dubbeldam).
      • Historie: De fysieke polderwerker en landbouwer in de zware klei van de Dubbeldamse polders.
    • Generatie VI-B: Cornelia Huijgen van der Linden
      • Gedoopt: 1687 te Dubbeldam.
      • Historie: De sterke stammoeder die vanuit Dubbeldam de oversteek maakte naar het polderdorp Strijen in de Hoeksche Waard.
    • Generatie VII-B: Jan van der Linden
      • Geboren: 1710 te Strijen.
      • Gehuwd met: Marijtje Huige Meulendijk (in de volksmond geschreven als Meels of Meeles).
      • Historie: Trok rond 1740 naar het bloeiende 's-Gravendeel vanwege de opkomende vlasindustrie. Omdat zijn moeder Cornelia ongehuwd was, zette hij de familienaam Van der Linden voort.
    • Generatie VII-B: Meeles Janz van der Linden (Melis) Geboren: 1750 te 's-Gravendeel X Bastiaantje Boertje
      • Het Eindstation: Overleed in Kleine Lindt. Uw directe stamvader van de 8 kinderen (vanaf 1790), waaronder uw stamvader Jan Meelesz van der Linden
      • Geboren: ca. 1746 te 's-Gravendeel (waar de kerkboeken later van zijn verbrand).
      • Gehuwd met: Bastiaantje Boertje (huwelijk op 17 mei 1789 te 's-Gravendeel).
      • Overleden: 26 september 1808 te Kleine Lindt.
      • Historie: Uw directe stamvader. Hij maakte de cirkel rond door aan het einde van zijn leven 's-Gravendeel te verlaten en terug te keren naar de Zwijndrechtse Waard (Kleine Lindt), de regio die eeuwenlang door zijn vroege Dordtse voorvaderen was bestuurd.
      • Partner: Bastiaantje Boertje
      • (Huwelijk 17 mei 1789, 's-Gravendeel)
        Hier zien we de overgang naar de 19e-eeuwse takken die later richting de ontginningen en industrie trekken:
        • Jan Meelesz van der Linden (Uw stamvader, gedoopt 28 mrt 1790 – gehuwd met Hilligje Luijendijk).
        • Ingetje van der Linden (Gedoopt 11 sep 1791).
        • Lijntje van der Linden (Gedoopt 13 okt 1793).
        • Adriaantje van der Linden (Gedoopt 1 nov 1795).
        • Pieter van der Linden (Gedoopt 11 mrt 1798).
        • Bastiaan van der Linden (Gedoopt 10 aug 1800 – vernoeming naar de tak die naar het Noorden trok).
        • Cornelis van der Linden (Gedoopt 13 feb 1803).
        • Neeltje van der Linden (Gedoopt 19 mei 1805).

    II. Vestiging en Traditie (19e eeuw)In deze generaties zien we de familie zich settelen in dorpen als Westmaas, vaak werkzaam in de landbouw of ambachten.

    • 7. Jan Meelesz van der Linden
    • Hij is geboren rond 1790 in 's-gravendeel(zh).
    • Hij is overleden op 13 augustus 1847 in greup westmaas.
    • Partner: Hilligje Claasdr Luijendijk
    • Bastiaantje van der Linden 1806-.... Vernoemd naar oma Bastiaantje Boertje.
    • Klaas van der Linden 1808-1830
    • Marinus van der Linden 1811-....
    • Aartje van der Linden 1814-1846
    • Paulus van der Linden 1817-1843
    • Christiaan van der Linden 1819-1876: Hij is de stamvader van de lijn die uiteindelijk via Klaas en Huibert naar uw tak loopt. De naam Christiaan is in deze tak een bewuste keuze, een verwijzing naar de oudere Christoph/Christiaan-traditie uit de Lintorf-lijn. Trouwde op 22 april 1842 met Aagje Schutter in Klaaswaal. Zij bleven in de regio Klaaswaal/Middelsluis wonen.
    • Jan van der Linden (1821): Trouwde op 3 mei 1850 met Bastiaantje Snel in Westmaas.
    • 8. Jan van der Linden
    • Hij is geboren op 14 juni 1821 in westmaas.
    • 17 februari 1892 in Westmaas op 70-jarige leeftijd
    • Partner: Bastiaantje Snel, geboren op 22 maart 1829 te Nieuw-Beijerland, 23 jaar oud trouwden 3 mei 1850 in het huwelijk te Nieuw-Beijerland.
    • Jan van der Linden (1851–1915): Hij werd geboren op 10 februari 1851 in Westmaas.
    • Klaas van der Linden (Uw voorvader, geb. 31 januari 1853-1937 ): Hij is vernoemd naar de vader van Bastiaantje Snel (Klaas Snel). Dit was de standaard vernoemingstraditie: de eerste zoon naar de grootvader van moederszijde of vaderszijde. Klaas is degene die later trouwt met Annigje Mastbergen.
    • Maaike van der Linden (1855-1941): Zij overleed op 85-jarige leeftijd in Rotterdam.
    • Paulus van der Linden (1857–1949): De naamgever van de bakkerij in Ridderkerk. Hoewel hij in registers soms als landarbeider staat, was hij de drijvende kracht achter de verhuizing naar Ridderkerk. Zijn zoon (ook een Paulus) of hijzelf opende in 1903 de Bakkerij P. van der Linden & Zn aan de Lagendijk.
    • Maartje van der LInden (1862-1945): Zij trouwde met Arie van Bodegom in 1887
    • Bastiaantje (1872-1948): Zij trouwde in 1894 met Willem de Geus.
    • Hilligje van der Linden (1860–1941): Zij overleed in Ridderkerk, wat bewijst dat de familie rond 1900 massaal van Westmaas naar Ridderkerk verhuisde voor werk in de groeiende vlasindustrie en ambachten.
    • Adriaantje van der Linden: (Vaak vernoemd naar de Snel-kant). De afstamming van Bastiaantje Snel (1829) Bastiaantje was de dochter van Klaas Snel en Adriaantje van der Giessen.Vader Klaas Snel (geb. ca. 1800): Hij is de directe bron van de naam die u zocht. De familie Snel was een gevestigde landbouwersfamilie in de Hoeksche Waard.Moeder Adriaantje van der Giessen: Hier zien we weer een "natuurlijke verbinding". De naam Van der Giessen kwam u eerder al tegen (bij de partner van Jan Meelesz in generatie 7). Dit bewijst dat de families Van der Linden, Snel en Van der Giessen al decennia lang in elkaars nabijheid leefden en werkten in de vlas- en landbouwsector. De betekenis voor uw stamboom.
    • 9. Klaas van der Linden
    • Hij is geboren op 31 januari 1853 in Greup Westmaas.
    • Hij is overleden op 12 maart 1937 in Westmaas, hij was toen 84 jaar oud.
    • Hij trouwde op 27 april 1882 in Oud-Beijerland met Annigje Mastbergen.
    • Bastiaantje van der Linden (Gedoopt 15 febr 1880, Westmaas) – Direct vernoemd naar haar oma Bastiaantje Snel, waarmee de "Snel-lijn" en de herinnering aan de oude Bastiaan-tak uit Dordrecht geëerd werd.
    • Huibert van der Linden (Uw opa, geboren 16 dec 1881, Westmaas) – Vernoemd naar de Mastbergen-kant (zijn grootvader Huibert Mastbergen). Hij is de man die trouwde met Jannigje Maasdam en de lijn naar uw vader Christiaan (1929) trok.
    • Christiaan van der Linden (Geboren ca. 1883) – Vernoemd naar opa Christiaan (1819), de man van de vlas-as.
    • Klaas van der Linden (Geboren ca. 1885) – De stamhouder voor de naam van zijn vader en overgrootvader Snel.
    • Adriaantje van der Linden (Geboren ca. 1888) – Vernoemd naar oma Adriaantje van der Giessen.
    • 10. Huibert van der Linden
    • Geboren: 1881 in Westmaas. Dit dorp, gelegen aan de Binnenmaas, vormde het hart van hun leefwereld.
    • Partner: Jannigje Maasdam
    • Kinderen:
    • Annigje (Tante Annie): Geboren ca. 1911. Vernoemd naar oma Annigje Mastbergen.
    • Klaas (Ome Klaas): Geboren ca. 1913. Vernoemd naar opa Klaas van der Linden (1853) .
    • Johanna (Tante Jo): Geboren ca. 1915. Vernoemd naar de Jan-lijn.
    • Adriana (Tante Sjaan): Geboren ca. 1918. Een eerbetoon aan de vroege Van der Giessen-lijn.
    • Huibert (Ome Huig): Geboren ca. 1921. De naamdrager van de Maasdam-tak .
    • Klazien (Tante Klazien): Geboren ca. 1924. Zij was degene die na de splitsing in de tweede woning aan de Greup bleef wonen..
    • Jenneke: Geboren ca. 1926. De tragische herinnering van de familie, overleden op 26 december 1944.
    • Christiaan (Mijn vader): Geboren op 16 januari 1929. Als benjamin droeg hij de historische naam die teruggaat tot de 18e-eeuwse wortels.

    III. De Moderne Tijd (20e & 21e eeuw)De lijn beweegt zich naar de huidige tijd, waarbij de naam Christiaan een rode draad blijft vormen.

    • 11. Christiaan van der Linden
      • Geboren: 16 januari 1929
      • Partner: Maria van Noordennen
      • In deze generatie vertakt de familie zich vanuit het hart van de Hoeksche Waard richting de dynamiek van de regio Rotterdam, waarbij de band met het landschap en de traditie in de naamgeving behouden blijft.
        Jannige Maria van der Linden, geboren op 18 juli 1961 in het buurtschap Greup (Westmaas). Zij is de dochter van Christiaan van der Linden en Maria van Noordennen. Haar namen weerspiegelen de diepe wortels in de familiehistorie.
        Christiaan Huibert Nijs van der Linden, geboren op 22 mei 1964 in Hoogvliet. Als zoon van Christiaan van der Linden en Maria van Noordennen draagt hij de namen van twee illustere bisschoppen:
        • Christiaan (Christophorus): Verwijst niet alleen naar je voorvader in Ratingen, maar ook naar de 'Christusdrager' en de beschermer van reizigers.
        • Huibert (Hubertus): De Heilige Hubertus van Luik (ca. 655–727) was een Frankische edelman die bisschop van Maastricht werd en de zetel verplaatste naar Luik, waarmee hij de eerste bisschop van Luik werd. Bekend door de legende van het hert met het kruis, is hij de patroonheilige van jagers, smeden, wildplukkers, boswachters en tegen hondsdolheid. Zijn feestdag is 3 november. .
        • Nijs (Dionysius): De standvastige bisschop van Parijs.
          Met deze namen is de verbinding tussen het spirituele erfgoed en de wereldlijke stamreeks van de Van der Lindens stevig verankerd.
    • 12. Christiaan Huibert Nijs van der Linden
      • Geboren: 1964
      • Partner: Samantha Kumarasinghe
    • 13. Julia van der Linden
      • Geboren: 2006
      • Toekomst: De 11e generatie vanaf de stamvader. Zij draagt de geschiedenis van de Meeles-lijn over naar de nieuwe generatie.